De eikenprocessierups leeft voornamelijk op meerdere soorten eikenbomen. De diertjes gaan in processie (groepsgewijs) op zoek naar eikenbladeren. Vandaar de naam eikenprocessierups.

De eikenprocessierups ontwikkelt na de derde keer verpoppen gevaarlijke brandharen, die dienen ter bescherming van de rups. Bij aanraking laten deze haren los, maar de rupsen verliezen de haartjes ook:

  • van nature;
  • ter verdediging bij dreiging;
  • door de wind;
  • als ze schrikken;
  • door trillingen in het verkeer.

Waarschuw kinderen vroegtijdig dat ze niet bij en aan de val komen!

Komen mensen hiermee in contact, dan ontstaan er gelijk of op een later moment oogklachten, brandwonden, huidklachten en luchtwegklachten.

Slikken koeien, paarden of honden aan de processierups lijn, dan moet noodgedwongen de tong gedeeltelijk worden geamputeerd. Dit gevaar speelt ook als vee in de wintermaanden hooi eten waar de haartjes in zitten.

In contact komen met de brandharen van de processierups gebeurt bij wandelaars en fietsers, maar ook bij dieren die in het gras of op de grond snuffelen. Ze ontwikkelen direct of op een later moment klachten.

Een nest van de eikenprocessierups is te herkennen aan de spinsels, die veel weg hebben van een witte nylonkous. Deze spinsels kunnen op de gehele boom zitten.

Dit is het verdedigingsmechanisme van de diertjes. Zodra ze zich bedreigd voelen, schieten ze de brandharen af in de hoop hiermee hun vijanden af te schrikken.

De meest voordelige manier om dit zelf op te lossen, is met behulp van de biologische eikenprocessierups val. Deze is online te bestellen en met twee personen eenvoudig te plaatsen. Hiermee voorkomt u onnodig lang wachten op een bestrijder. Vaak duurt het enkele maanden voor ze tijd voor u hebben en dan is het al te laat.

Bidsprinkhanen, koolmezen, andere vogels en roofkevers zijn de natuurlijke vijanden van de rupsjes. Door de gezondheidsrisico’s die de brandharen met zich meebrengen, kan ook de mens als vijand van de eikenprocessierupsen worden beschouwd. Het ruimen van de nesten kan gelukkig ook op een duurzame manier met de eikenprocessierups val van bestrijding processierups.

De maanden april, mei, juni, juli en augustus zijn bij uitstek maanden, waarin overlast wordt ervaren. Hoewel de rupsen in juli en augustus verpoppen, is het gevaar voor de brandharen dan nog niet geweken. De spinselnesten van de rups hangen vaak nog jaren aan de eik, waardoor de overlast blijft aanhouden.

De ideale periode om de eikenprocessierups te bestrijden, is het moment waarop ze gaan nestelen of zich net hebben genesteld in de eikenprocessierups val. Dit is in de maanden maart, april, mei, juni, juli en augustus.

Een eikenprocessierups kan maar liefst 700.000 brandharen bij zich hebben. Na de derde verpopping worden de brandharen ontwikkeld. Hierna worden de haartjes bij elke verpopping vernieuwd. Wetende dat de eikenprocessierups vijf keer vervelt, komt het aantal brandharen hiermee uit op meerdere miljoenen.

De brandharen blijven wel zes tot acht jaar actief. Dit betekent dat ze voor overlast blijven zorgen, zelfs als de rups al jaren niet meer aanwezig is.

Bij lichamelijk contact worden de brandharen inderdaad doorgegeven.

Bij een regenbui spoelen de brandharen wel weg, maar dat wil niet zeggen dat er helemaal geen brandharen meer zijn. Alertheid blijft dus geboden.

Ja. Het nest zit vol brandharen door de aanwezige vervellingshuidjes en de rupsen. Ziet u een nest, blijf dan waakzaam en kom niet in de buurt van het nest.

Ongeacht of de boom uw eigendom is, neem altijd contact op met uw gemeente. Zij kunnen een ongediertebestrijder inschakelen of het nest snel en effectief laten verwijderen met behulp van de duurzame eikenprocessierups val van bestrijding processierups. U kunt de val ook zelf online bestellen bij bestrijding processierups. Hoe dan ook moet u wél melding maken van de aangetaste boom.

De eikenprocessierups val kent meerdere voordelen. Niet alleen is het een duurzame oplossing, maar het is ook een betaalbare en snelle manier om nesten van de eikenprocessierups te bestrijden. Door de slimme manier van ontwikkelen, is er vrijwel geen sprake van bijvangst. De val wordt bevestigd op ooghoogte zodat de vleermuizen er niet in kunnen komen of er weer vandaan kunnen komen. Het is namelijk geen hoogte waarop vleermuizen zoeken naar een rustplaats.